ECLI:NL:CRVB:2014:1375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek loskoppeling aanvullende beurs vanwege onvoldoende fundamentele verstoring ouder-kindrelatie
Appellant verzocht de Minister van Onderwijs om bij de vaststelling van zijn aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van zijn vader, vanwege een verstoorde relatie. De Minister wees dit verzoek af, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat er geen sprake was van een zodanige fundamentele en structurele verstoring van de relatie tussen ouder en kind die loskoppeling rechtvaardigt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de relatie met zijn vader wel degelijk ernstig verstoord is, waardoor hij zijn studie niet kan bekostigen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen nieuwe of onderbouwde gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden wijzigen. Er was geen bewijs van ernstig fysiek of geestelijk geweld of diepgaande conflicten over levensovertuiging, geloof of cultuur.
De Raad benadrukte dat appellant de mogelijkheid heeft om naast de prestatiebeurs een lening af te sluiten om zijn studie te financieren. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het inkomen van de vader buiten beschouwing te laten bij de aanvullende beurs wordt afgewezen wegens onvoldoende fundamentele verstoring van de ouder-kindrelatie.