ECLI:NL:CRVB:2014:1377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang dienstverband
Appellant trad op 6 mei 2008 in dienst als medewerker horeca voor 38 uur per week. Na uitval wegens voet- en beenklachten in december 2008 verzocht hij in september 2010 het UWV om een WIA-uitkering. Deze werd afgewezen op basis van medische rapporten die stelden dat appellant reeds bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was.
Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard door het UWV. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond en oordeelde dat voldoende was komen vast te staan dat appellant op 6 mei 2008 volledig arbeidsongeschikt was. Dit oordeel was gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen, een arbeidsdeskundig rapport, een eerdere medische keuring uit 2001 en het aanvankelijke standpunt van appellant zelf.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt dat het UWV terecht de uitkering heeft geweigerd op grond van de artikelen 43 en 46 van de Wet WIA. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op 6 mei 2008 volledig arbeidsongeschikt was en dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd.