ECLI:NL:CRVB:2014:138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- G. Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatschappelijke opvang wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellante, een uitgeprocedeerde asielzoekster van Congolese nationaliteit, diende een aanvraag in voor maatschappelijke opvang nadat zij haar eerdere opvang moest verlaten. Het college wees dit verzoek af vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel en het ontbreken van een positieve verplichting tot opvang.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarbij werd overwogen dat appellante gebruik kon maken van voorzieningen in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) en mee moest werken aan haar terugkeer.
In hoger beroep stelde appellante dat zij tot een kwetsbare groep behoorde en bescherming behoefde op grond van het EVRM. De Raad oordeelde dat appellante geen aanspraak kon maken op maatschappelijke opvang volgens de Vreemdelingenwet 2000 en dat het college terecht had geweigerd omdat zij gebruik kon maken van de VBL-voorzieningen.
De Raad concludeerde dat er geen noodzaak bestond voor het college om maatschappelijke opvang te bieden en bevestigde de eerdere uitspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om maatschappelijke opvang wordt bevestigd.