ECLI:NL:CRVB:2014:1380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding en termijnoverschrijding bezwaar
Appellante, geboren in 1934, ontving een AOW-uitkering als alleenstaande. Na onderzoek in 2009 door medewerkers van de Nederlandse ambassade in Spanje ontstond het vermoeden dat zij samenwoonde met haar ex-echtgenoot, die eveneens AOW ontving als alleenstaande. Op basis van deze bevindingen schortte de Sociale Verzekeringsbank (Svb) in februari 2010 de uitbetaling gedeeltelijk op en herzag zij de uitkering naar het gehuwdennorm.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar tegen de herziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank bevestigde dat er gerede twijfel bestond over de rechtmatigheid van de oorspronkelijke uitkering en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks appellantes taalproblemen en vergeetachtigheid.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad achtte de onderzoeksrapportages betrouwbaar en vond geen reden om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de schorsing en herziening van de AOW-uitkering. Ook de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de herziening werd gehandhaafd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de herziening en schorsing van de AOW-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de herziening niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.