ECLI:NL:CRVB:2014:1382
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet overleggen gevraagde gegevens trustfonds
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand vanwege huurachterstand en later een aanvraag bijstand ingevolge de WWB. Tijdens de procedure verklaarden zij aanvankelijk dat zij begunstigden waren van een trustfonds beheerd door een tante in de Verenigde Staten, maar konden zij geen nadere gegevens overleggen. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het niet overleggen van de gevraagde informatie, met name over het trustfonds.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep en met een verzoek om voorlopige voorziening betoogden verzoekers dat het trustfonds niet bestaat en dat zij de gevraagde gegevens niet redelijkerwijs konden verkrijgen. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekers aanvankelijk gedetailleerd hadden verklaard over het trustfonds, maar later het bestaan ontkenden zonder voldoende bewijs.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht nadere informatie heeft gevraagd en dat verzoekers onvoldoende openheid van zaken hebben gegeven. Het ontbreken van transacties op bankafschriften sluit het bestaan van het trustfonds niet uit. Verzoekers hadden meer kunnen doen om het bestaan te ontkrachten, zoals het opvragen van verklaringen van familieleden.
Daarom was het college bevoegd om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep faalde en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit tot buiten behandeling stellen wordt bevestigd.