ECLI:NL:CRVB:2014:1402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid ondanks psychische klachten
Appellante ontving een Ziektewetuitkering vanwege psychische klachten en werd door het UWV per 18 juli 2011 als arbeidsgeschikt beschouwd. De rechtbank benoemde een deskundige die vaststelde dat appellante ondanks een paniekstoornis en persoonlijkheidsstoornis in staat was haar werk als archiefmedewerkster te verrichten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar angst voor liften onvoldoende was meegewogen en dat zij nog steeds klachten had die haar arbeidsgeschiktheid belemmerden. De Raad volgde echter het deskundigenrapport en oordeelde dat de psychische klachten geen belemmering vormden voor het verrichten van de arbeid. Appellante had geen aanvullende medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel noodzaakten.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering had beëindigd, mede gelet op het feit dat appellante na de datum in geding een beroepsopleiding volgde en de ramadan had volgehouden. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante met ingang van 18 juli 2011 in staat was haar arbeid te verrichten en daarom geen recht meer had op een Ziektewetuitkering.