ECLI:NL:CRVB:2014:1427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen intrekking bijstand wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college trok de bijstand in over een eerdere periode en vorderde terugbetaling van kosten. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege afwezigheid van zijn buurvrouw die de post zou beheren. De Raad oordeelde dat het college aan haar bekendmakingsverplichting had voldaan door het besluit naar het laatst bekende adres te sturen, ondanks dat appellant feitelijk was verhuisd.
Appellant had nagelaten het college tijdig van zijn verhuizing op de hoogte te stellen en had ook geen adequate postdoorzending geregeld. Hierdoor liep hij het risico dat de post hem niet tijdig zou bereiken, wat voor zijn rekening en risico komt. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.