ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand en werd door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam geconfronteerd met herzienings- en terugvorderingsbesluiten over verschillende perioden vanwege niet-gemelde inkomsten uit werkzaamheden. Tevens werd een administratieve boete opgelegd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij ten tijde van verzending van de besluiten in Curaçao woonde en de besluiten hem niet hadden bereikt, waardoor de bezwaartermijn niet was gestart. De Centrale Raad oordeelde dat het College aan haar bekendmakingsverplichting had voldaan door de besluiten naar het laatst bekende adres in Nederland te sturen, terwijl appellant het College niet van zijn adreswijziging had geïnformeerd.
De Raad verwierp het beroep op het risico van niet-aangetekende verzending, omdat appellant niet op geloofwaardige wijze ontkende de besluiten te hebben ontvangen. Ook was er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten tot herziening en terugvordering bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.