Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die wegens longklachten sinds januari 2009 niet meer kon werken als betonijzervlechter, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze af omdat appellant per 4 januari 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die het oordeel konden ondermijnen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten ernstiger waren dan in de beoordelingen was meegenomen, met name zijn benauwdheid en psychische problematiek. Ook stelde hij dat er ten onrechte geen urenbeperking was vastgesteld en dat de passende functies niet met hem waren besproken. De Raad overwoog dat de rechtbank de medische en arbeidskundige grondslagen terecht als deugdelijk had beoordeeld en dat de nieuwe medische verklaringen van na de relevante datum geen gewicht konden krijgen.
Verder bevestigde de Raad dat de jurisprudentie over aanzegging van functies en uitlooptermijnen niet van toepassing is bij een beoordeling aan het einde van de wachttijd. Gezien deze overwegingen wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling of schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.