ECLI:NL:CRVB:2014:1445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om hem per 3 mei 2011 in aanmerking te brengen voor een WIA-uitkering, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Leeuwarden had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de beperkingen van appellant juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij meer beperkingen ondervindt dan in de FML is vermeld, twijfels geuit over de kwalificaties van de verzekeringsartsen, en betoogd dat hij niet aan de diploma-eisen voldoet. De Centrale Raad van Beroep heeft deze bezwaren onderzocht en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, dat de beperkingen correct zijn ingeschat en dat appellant voldoet aan de opleidingseisen en het niveau van de geduide functies.
De Raad heeft tevens overwogen dat er geen aanwijzingen zijn voor een overschrijding van de belastbaarheid en dat de beoordeling van de verzekeringsartsen professioneel en integer is. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.