ECLI:NL:CRVB:2014:1446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond inzake een WAJONG-zaak. Het UWV heeft vervolgens op 19 december 2013 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek tot proceskostenveroordeling beoordeeld en geoordeeld dat het UWV in de kosten moet worden veroordeeld die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep. De proceskosten zijn begroot op €1180,71, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep en verschotten.
De Raad heeft het verzoek om vergoeding van proceskosten voor de procedure in beroep afgewezen omdat deze reeds door de rechtbank waren toegewezen en appellant hiertegen geen hoger beroep had ingesteld. Voor griffierechtvergoeding kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, met M.M. Spaans als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 30 april 2014.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1180,71 aan proceskosten aan appellant.