ECLI:NL:CRVB:2014:1451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant, voormalig schoonmaker, viel uit vanwege klachten aan rechterhand en knie. Het UWV weigerde op 5 november 2009 een WIA-uitkering toe te kennen, waarna bij bezwaar het besluit werd gehandhaafd met gewijzigde motivering. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat psychische beperkingen, kniel- en hurkproblemen en slaapapneu onvoldoende waren meegewogen. Hij verwees naar een medisch rapport van zijn huisarts-medisch adviseur. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de medische en arbeidskundige onderbouwing de beperkingen adequaat had beoordeeld.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden overtuigend toegelicht dat de beperkingen niet waren onderschat en dat de functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen. De slaapapneu was eveneens afdoende besproken. Omdat appellant geen nieuwe feiten aanvoerde, bevestigde de Raad het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.