ECLI:NL:CRVB:2014:1476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen buiten behandeling stelling bijstandaanvraag niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellant diende op 27 december 2011 een aanvraag om bijstand in. Het dagelijks bestuur stelde de aanvraag op 27 januari 2012 buiten behandeling omdat appellant niet tijdig alle gevraagde bankafschriften had ingeleverd. Appellant maakte op 12 maart 2012 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij extra tijd had gekregen om de bankafschriften aan te leveren en dat hij deze tijd ook had benut, en dat fouten niet bij hem lagen. De Raad oordeelde echter dat het besluit op 27 januari 2012 correct was verzonden en ontvangen, waardoor de bezwaartermijn op 9 maart 2012 afliep.
Omdat het bezwaarschrift pas op 13 maart 2012 werd ontvangen, was het te laat. Er was geen reden om te veronderstellen dat appellant niet in verzuim was geweest. De Raad volgde de rechtbank en verklaarde het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.