ECLI:NL:CRVB:2014:1486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting verzekeringsplicht AWBZ voor pensioenuitkering volkenrechtelijke organisatie
Appellante, geboren in 1938 en ingezetene van Nederland, was gehuwd met een werknemer van een volkenrechtelijke organisatie en was via deze organisatie verzekerd voor ziektekosten. Na het overlijden van haar echtgenoot ontving zij een weduwenuitkering van deze organisatie. Appellante heeft verzocht om toelating tot de verplichte AWBZ-verzekering, welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) is afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij op grond van artikel 21, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) niet verzekerd is omdat zij recht heeft op zorg via een volkenrechtelijke organisatie. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij een dubbele ziektekostenverzekering wenst en dat zij al 28 jaar bij een particuliere verzekeraar is verzekerd.
De Raad oordeelt dat appellante niet in een situatie verkeert die aanleiding geeft tot afwijking van de verzekeringsplicht volgens artikel 24 van Pro KB 746. Er is geen sprake van dubbele verplichte verzekering of onvoldoende dekking. Het feit dat zij niet verplicht verzekerd is onder de Zorgverzekeringswet laat onverlet dat zij een particuliere verzekering kan afsluiten.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitsluiting van verzekeringsplicht AWBZ wordt bevestigd.