ECLI:NL:CRVB:2014:1496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating vrijwillige verzekering ANW na terugkeer naar Marokko
Appellante verzocht namens haar overleden echtgenoot, die na jarenlang in Nederland te hebben gewoond en gewerkt, met behoud van AOW-uitkering naar Marokko was teruggekeerd, om toelating tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit, waarna de rechtbank Amsterdam het besluit handhaafde.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van discriminatie op grond van nationaliteit, aangezien de vrijwillige verzekering alleen openstaat voor in de Europese Unie woonachtige personen. Tevens werd overwogen dat, indien de verzekering als eigendomsrecht wordt beschouwd, de ontneming daarvan gerechtvaardigd en passend is, omdat de echtgenoot zich bij vertrek had kunnen aanmelden voor de vrijwillige verzekering.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze overwegingen bevestigd. De Raad voegde toe dat personen van wie de verplichte ANW-verzekering eindigt, de mogelijkheid hebben zich aansluitend vrijwillig te verzekeren tegen een premie gebaseerd op het werkelijke inkomen. De Svb had bovendien tijdig geïnformeerd dat bij vertrek naar Marokko de verzekering eindigde. De Raad wees het beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.