ECLI:NL:CRVB:2014:1507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Appellant heeft op 2 december 2011 bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Amsterdam voerde een onderzoek uit, waarbij bleek dat appellant regelmatig kasstortingen had gedaan op zijn bankrekening, waarvan de herkomst niet voldoende werd onderbouwd. Appellant verklaarde aanvankelijk zwart te hebben gewerkt, maar kwam hier later op terug en stelde dat de stortingen leningen van familie en vrienden waren.
De gemeente weigerde de bijstand omdat appellant geen controleerbare en verifieerbare bewijsstukken overlegde die de kasstortingen en de vermeende zwarte werkzaamheden konden onderbouwen. Appellant overhandigde weliswaar enkele geldleningsovereenkomsten, maar deze dekken niet het volledige bedrag en de periode van de stortingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en daarmee de op hem rustende inlichtingenverplichting schond. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Het beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie en schending van de inlichtingenverplichting.