ECLI:NL:CRVB:2014:1513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken besluit in WWB-zaken
Appellant verzocht het college om een voorschot van €6.896,- voor misgelopen uitkering over 2005-2006. Het college reageerde met een brief waarin werd aangegeven dat er geen tegoeden meer openstonden en ging niet inhoudelijk op het verzoek in. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was dat rechten veranderde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de mededeling wel financiële gevolgen voor hem had. De Raad oordeelde dat het verzoek van 2012 een herhaling was van een eerder verzoek uit 2010, waarop al was geantwoord dat geen tegoeden openstonden. De brief van 2012 was geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, zodat bezwaar niet mogelijk was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.