ECLI:NL:CRVB:2014:1517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan re-integratietraject
Appellant ontvangt sinds 2008 bijstand en nam vanaf september 2011 deel aan een traject bij een verpakkingsbedrijf waarbij hij 20 uur per week lichte inpakwerkzaamheden verrichtte. Na herhaaldelijke afwezigheid en ziekmeldingen zonder geldige medische onderbouwing werd het traject beëindigd.
Het college verlaagde de bijstand met 50% voor twee maanden wegens onvoldoende medewerking. Appellant voerde bezwaar aan met medische rapporten die zijn beperkingen zouden aantonen, maar deze werden door de bedrijfsarts weerlegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was, maar de Raad verwierp deze argumenten wegens gebrek aan bewijs. De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar handelde door het traject niet te hervatten en bevestigde de verlaging van de bijstand.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% voor twee maanden wordt bevestigd wegens onvoldoende medewerking aan het re-integratietraject.