ECLI:NL:CRVB:2014:1534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor bankstel en verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en vroegen bijzondere bijstand aan voor de kosten van een nieuw bankstel en voor verhuis- en inrichtingskosten. Het college van burgemeester en wethouders van Soest wees deze aanvragen af omdat de kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat het bankstel vanwege urineklachten van het jongste kind moest worden vervangen en dat zij door doodsbedreigingen gedwongen waren versneld te verhuizen, waardoor de kosten noodzakelijk waren. De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het bankstel daadwerkelijk vervangen moest worden vanwege de urinegeur of ouderdom.
Ook was niet gebleken dat de verhuizing noodzakelijk was of dat er bijzondere omstandigheden waren die een spoedige verhuizing rechtvaardigden. De Raad stelde vast dat de aangifte van een incident pas maanden na het vermeende dreigement was gedaan en dat er geen aanwijzingen waren voor andere urgente problemen.
Daarmee faalden de gronden voor bijzondere bijstand en bevestigde de Raad de eerdere uitspraken. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor bankstel en verhuis- en inrichtingskosten.