ECLI:NL:CRVB:2014:1546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben- de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij rolstoelvoorziening
Appellant, die restletsel heeft na een neurologische aandoening en aangewezen is op een rolstoel, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leudal om twee nieuwe handbewogen lichtgewicht rolstoelen. Het college verstrekte twee rolstoelen waarvan één inklapbaar, maar appellant maakte bezwaar omdat beide rolstoelen inklapbaar moesten zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de toegekende voorziening adequaat was en appellant niet had aangetoond dat beide rolstoelen vouwbaar moesten zijn. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens het hoger beroep wijzigde appellant zijn aanvraag en vroeg hij om een persoonsgebonden budget in plaats van rolstoelen in bruikleen. Het college honoreerde dit verzoek en overhandigde bewijs dat beide rolstoelen in bruikleen inklapbaar waren, maar niet waren afgenomen.
De Raad oordeelde dat appellant daardoor geen voldoende procesbelang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Het formele of principiële belang volstond niet. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende procesbelang.