Appellante ontvangt sinds 1981 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding over haar financiële situatie startte de gemeente Alkmaar een onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellante een bankrekening niet had gemeld en giften had ontvangen.
Het college trok de bijstand over diverse periodes in en legde een maatregel op wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, die deels werden gehandhaafd en deels gewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college het bestreden besluit deels niet kan handhaven, met name de terugvordering voor de periode december 2009 tot januari 2010. De Raad stelt vast dat appellante de bankrekening niet meldde en dat de ontvangen bedragen als inkomen moeten worden aangemerkt, met uitzondering van een bedrag dat abusievelijk werd overgemaakt. De langdurigheidstoeslag wordt niet toegekend omdat het inkomen hoger was dan de norm. De energietoeslag is ten onrechte teruggevorderd en wordt hersteld.
De opgelegde maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht blijft in stand, maar wordt verlaagd tot 10% van de norm voor een alleenstaande. Het huisbezoek en de cautie zijn rechtmatig gegeven. De Raad vernietigt het bestreden besluit en het nadere besluit en stelt zelf de maatregel en terugvordering vast. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.