Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
oktober 2006 een militair invaliditeitspensioen toe op basis van een mate van invaliditeit met
dienstverband van 29%;
griffierecht van in totaal € 153,- vergoedt;
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 30 oktober 2007 een verzoek in voor toekenning van een militair invaliditeitspensioen naar aanleiding van zijn uitzending naar Kroatië in 1993. Na een sociaal medisch onderzoek en diverse psychiatrische rapporten wees de minister het verzoek af, waarbij werd gesteld dat geen psychiatrische stoornis met dienstverband kon worden vastgesteld.
In hoger beroep stelde de door de Raad benoemde deskundige vast dat appellant leed aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) die verband hield met zijn uitzending, evenals aan persoonlijkheidsproblematiek en depressieve klachten. Zowel appellant als de minister onderschreven dit rapport. De discussie spitste zich toe op de mate van invaliditeit met dienstverband.
De minister stelde een invaliditeitspercentage van 29% voor, gebaseerd op de War Pensions Committee-codes en de Kuilmancriteria, terwijl appellant een hoger percentage van 34% bepleitte. De Raad volgde de minister en stelde het invaliditeitspercentage vast op 29%, waarmee het hoger beroep slaagde. Het eerdere besluit werd vernietigd en appellant werd met terugwerkende kracht een militair invaliditeitspensioen toegekend vanaf 30 oktober 2006.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en gemaakte rapportkosten. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en bevestigt de toekenning van het pensioen op basis van de vastgestelde mate van invaliditeit.
Uitkomst: Appellant wordt een militair invaliditeitspensioen toegekend van 29% met ingang van 30 oktober 2006.