ECLI:NL:CRVB:2014:1571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim en niet melden mishandeling
Betrokkene was sinds 1987 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en werd geconfronteerd met disciplinaire maatregelen wegens plichtsverzuim, waaronder het niet naleven van etherdiscipline en het niet melden van een mishandeling en daaropvolgende veroordeling uit 2001/2003.
De minister legde betrokkene onvoorwaardelijk ontslag op na herhaalde schendingen van veiligheidsvoorschriften en het niet melden van het misdrijf aan leidinggevenden. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het ontslagbesluit, maar de Raad oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat het niet aannemelijk was dat betrokkene de mishandeling en veroordeling aan zijn leidinggevenden had gemeld, mede omdat navraag bij leidinggevenden geen bevestiging opleverde en het personeelsdossier geen bewijs bevatte. De herhaalde schending van etherdiscipline en het niet melden vormden een ernstig plichtsverzuim dat het ontslag rechtvaardigde.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee het onvoorwaardelijk ontslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag bevestigd.