ECLI:NL:CRVB:2014:1583
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in zaak huishoudelijke hulp op grond van Wuv en Wmo
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van eerdere uitspraken over het aantal uren huishoudelijke hulp toegekend op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
De Raad heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat niet is voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor herziening. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die redelijkerwijs niet bekend konden zijn en die tot een andere uitspraak zouden leiden.
De Raad benadrukt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak op basis van bekende gegevens. Eerder is al vastgesteld dat uren huishoudelijke hulp die elders worden verkregen, zoals op grond van de Wmo, in mindering worden gebracht op de Wuv-uren. Ook is bevestigd dat de grootte van de woning niet relevant is voor het toekennen van huishoudelijke hulp.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad wijst het verzoek om herziening af en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere uitspraak zouden leiden.