ECLI:NL:CRVB:2014:1584
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening bestuursrechtelijke uitspraak sociale zekerheidsrecht
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 20 januari 2011. Het verzoek betrof aanspraken op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, waarbij verzoeker stelde dat zijn invaliderende psychische klachten sinds 1976 bestonden.
De Raad heeft het verzoek behandeld en beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat stelt dat herziening alleen mogelijk is indien er feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en die bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad heeft geconcludeerd dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aan deze cumulatieve voorwaarden voldoen. De Raad heeft eerder vastgesteld dat de causale invaliditeit pas in mei 2008 is gebleken, en dat verzoeker met het huidige verzoek een hernieuwde discussie wil voeren op basis van reeds bekende gegevens.
Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in aanwezigheid van griffier B. Rikhof, en uitgesproken op 8 mei 2014.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die aan de wettelijke voorwaarden voldoen.