ECLI:NL:CRVB:2014:1601
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak inzake ingangsdatum IVA-uitkering en verkorte wachttijd bij grensarbeider
Betrokkene, een grensarbeider die in Duitsland en Nederland werkte, ontving maximaal 78 weken Duits ziekengeld en vroeg vervolgens een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde deze, waarna betrokkene een WIA-uitkering kreeg toegekend met een ingangsdatum later dan gewenst. Betrokkene maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de IVA-uitkering, stellende dat hij vanaf 13 maart 2009 arbeidsongeschikt was zonder uitkering.
De rechtbank stelde de betrokkene in het gelijk en bepaalde dat de aanvraag voor de verkorte wachttijd WIA ook terugwerkende kracht kan hebben, wat het UWV betwistte. De Raad oordeelde dat artikel 23, lid 6, Wet WIA dwingend is en geen afwijking van termijnen toelaat, waardoor artikel 64, lid 11, niet van toepassing is op verkorte wachttijd aanvragen.
Desondanks concludeerde de Raad dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld door de aanvraag WW-uitkering van oktober 2008 niet als aanvraag verkorte wachttijd te behandelen, terwijl dit duidelijk de bedoeling had om het WIA-gat te voorkomen. De Raad draagt het UWV op dit gebrek te herstellen en nader te beoordelen of betrokkene recht heeft op een IVA-uitkering vanaf 13 maart 2009.
Deze tussenuitspraak benadrukt de noodzaak van een verdragsconforme uitleg van nationale wetgeving en zorgvuldige beoordeling van aanvragen van grensarbeiders met uiteenlopende wachttijden in verschillende landen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen en de aanvraag van oktober 2008 als aanvraag verkorte wachttijd te beoordelen.