Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het college het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na een anonieme melding en onderzoek vast dat zij samenwoonde met appellant, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 januari 2010 tot en met 30 april 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en dat van appellant gegrond vanwege niet-tijdig bezwaar, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit laatste oordeel omdat appellant tijdig bezwaar had gemaakt. De Raad beoordeelt inhoudelijk dat appellanten hun hoofdverblijf hadden in de woning van appellant en zorg droegen voor elkaar, wat voldoet aan de criteria van gezamenlijke huishouding volgens artikel 3 lid 3 WWB Pro.
De Raad baseert zich op consistente en ondertekende verklaringen van appellanten, verklaringen van buurtbewoners en verbruiksgegevens. De Raad wijst het betoog van appellante dat haar verklaring onjuist is afgelegd af en bevestigt de intrekking en terugvordering. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.