ECLI:NL:CRVB:2014:166
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim en strafrechtelijke veroordeling niet evenredig
Verzoeker, werkzaam als ambtenaar bij het ministerie van Defensie, kreeg per 1 april 2012 ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim en subsidiair wegens een onherroepelijke veroordeling tot een vrijheidsstraf. De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde het bezwaarbesluit van de minister en oordeelde dat het ontslag niet evenredig was en dat het ontslag wegens strafrechtelijke veroordeling niet redelijk was toegepast.
De minister nam vervolgens een nadere besluit waarbij het ontslag opnieuw werd gehandhaafd met een uitgebreidere motivering. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening om zijn ontslag te schorsen en zijn functie te hervatten. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het nadere besluit in strijd is met de bindende overwegingen van de rechtbank en daarom niet in stand kan blijven.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het nadere besluit, maar wees het verzoek tot voorlopige voorziening af omdat het primaire ontslagbesluit onverminderd van kracht bleef. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker. De uitspraak benadrukt dat de minister gebonden is aan de motivering en oordelen van de rechtbank bij de uitvoering van diens uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het nadere besluit wordt gegrond verklaard en het nadere besluit vernietigd, maar het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.