ECLI:NL:CRVB:2014:1671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als medewerker stadsreiniging en viel uit wegens rugklachten. Het UWV besloot dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat hij geschikt is voor zijn laatst verrichte arbeid en passende functies zoals inpakker.
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering die het UWV beëindigde op basis van een verzekeringsartsrapport. Bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de conclusie van geschiktheid voor passende arbeid terecht was.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn rugklachten chronisch zijn en dat er geen rekening is gehouden met klachten aan hand en linkerbeen. De Raad concludeert dat het UWV voldoende onderzoek heeft gedaan, geen objectieve afwijkingen zijn vastgesteld en dat de medische informatie geen aanleiding geeft het eerdere standpunt te wijzigen.
De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.