ECLI:NL:CRVB:2014:1684

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 mei 2014
Publicatiedatum
15 mei 2014
Zaaknummer
13-2823 AW-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak over schadevergoeding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure

De Centrale Raad van Beroep heeft op 15 mei 2014 een rectificatie uitgesproken op haar eerdere uitspraak van 20 februari 2014 in zaaknummer 13/2823 AW-R. Deze rectificatie betreft het corrigeren van enkele kennelijke fouten in de oorspronkelijke uitspraak, waaronder het toevoegen van een vergoeding voor reiskosten in hoger beroep en het aanpassen van de gebruikte terminologie van 'salaris' naar 'bezoldiging'.

Daarnaast heeft de Raad het verzoek van appellant om een schadevergoeding toe te kennen wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure afgewezen. De Raad oordeelde dat de redelijke termijn opnieuw was gaan lopen na ontvangst van het bezwaar tegen het besluit van 15 juli 2011 en dat deze termijn niet was overschreden bij de uitspraak in hoger beroep op 20 februari 2014.

De Raad heeft het college van bestuur van Wageningen Universiteit veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellant, bestaande uit € 974,- aan kosten van rechtsbijstand en € 14,60 aan reiskosten, totaal € 988,60. De rectificatie is gepubliceerd en de oorspronkelijke uitspraak is verwijderd van rechtspraak.nl, waarbij het ECLI-nummer behouden blijft.

De uitspraak is gedaan door voorzitter J.Th. Wolleswinkel en leden J.N.A. Bootsma en C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier P.W.J. Hospel.

Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen; proceskosten inclusief reiskosten worden toegekend.

Uitspraak

13/2823 AW-R
Datum uitspraak: 15 mei 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 20 februari 2014, 13/2823 AW
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van bestuur van Wageningen Universiteit (college)
PROCESVERLOOP
Naar aanleiding van een brief van appellant heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van 20 februari 2014 kennelijke fouten bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
Mr. T.E.P.A. Lam heeft bij faxbericht van 28 maart 2014 namens het college bericht geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen verbeteringen van de uitspraak. Appellant heeft bij brief van 8 april 2014 (nogmaals) verzocht een schadevergoeding in verband met het overschrijden van de redelijke termijn toe te wijzen.

OVERWEGINGEN

1.
De Raad heeft vastgesteld dat bij de proceskostenveroordeling in de uitspraak ten onrechte geen vergoeding voor gemaakte reiskosten in hoger beroep is toegekend. Deze kosten worden begroot op € 14,60.
2.
De Raad heeft vastgesteld dat bij het derde gedachtestreepje in het dictum van de uitspraak ten onrechte de term ‘salaris’ is vermeld. Deze moet worden vervangen door de term ‘bezoldiging’.
3.
De Raad heeft vastgesteld dat in de uitspraak ten onrechte geen beslissing is gegeven op het verzoek van appellant om schadevergoeding in verband met een (mogelijke) overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Anders dan appellant meent, moet dit verzoek worden afgewezen, nu de redelijke termijn na het bezwaar tegen het besluit van 15 juli 2011 opnieuw is gaan lopen en niet is overschreden.
4.
Voor het overige volgt de Raad de verzoeken van appellant tot verbetering niet, nu deze geen kennelijke fouten betreffen.
5.
De Raad zal de onder 1 tot en met 3 vermelde vergissingen herstellen door de uitspraak van 20 februari 2014 in evenvermelde zin te rectificeren.
6.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 20 februari 2014, 13/2823 AW, als volgt:
- overweging 6 wordt gewijzigd in:
Het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) wordt afgewezen. Nu de Raad bij uitspraak van 10 februari 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BP5976) onder meer zelf heeft voorzien door te bepalen dat appellant bij aanvang van het dienstverband is aangesteld voor onbepaalde tijd, is met betrekking tot die zaak de redelijke termijn met die uitspraak beëindigd. Vervolgens is op de dag dat het college het bezwaar tegen zijn besluit van 15 juli 2011 heeft ontvangen, een nieuwe termijn gaan lopen. Op 20 februari 2014 is in hoger beroep uitspraak gedaan, zodat de redelijke termijn van vier jaar voor de totale duur van de procedure niet is overschreden.
- na overweging 6 wordt toegevoegd:
7.
Er is aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 974,- aan kosten van rechtsbijstand en een bedrag van € 14,60 aan reiskosten, derhalve in totaal € 988,60.;
- bij het derde gedachtestreepje in de beslissing wordt de term ‘salaris’ vervangen door de term ‘bezoldiging’;
- in de beslissing wordt de volgende bepaling ingevoegd:
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM af;
- bij het zesde (thans: zevende) gedachtestreepje in de beslissing wordt het bedrag van
€ 974,- gewijzigd in € 988,60.
Deze uitspraak is gedaan door J.Th. Wolleswinkel als voorzitter en J.N.A. Bootsma en
C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2014.
(getekend) J.Th. Wolleswinkel
(getekend) P.W.J. Hospel

HD