ECLI:NL:CRVB:2014:1699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- J.P.M. Zeijen
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf februari 2007 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een vermoeden dat appellanten een gezamenlijke huishouding voeren, voerde de sociale recherche een uitgebreid onderzoek uit, waaronder internetonderzoek, waarnemingen en een onaangekondigd huisbezoek op 3 maart 2011. Het college besloot de bijstand vanaf mei 2007 tot februari 2011 in te trekken en terug te vorderen van appellante en appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat het huisbezoek niet was gerechtvaardigd en dat niet was voldaan aan de eis van informed consent. De Raad oordeelde dat er voldoende concrete aanwijzingen waren voor het huisbezoek en dat het college het huisbezoek op een proportionele wijze had uitgevoerd. Hoewel het college erkende dat niet volledig was voldaan aan informed consent, leidde dit niet tot ontoelaatbaarheid van het gebruik van de tijdens het huisbezoek verkregen informatie.
De Raad verwierp het verweer dat naast de verklaringen ook ander bewijs noodzakelijk was, omdat de verklaringen op zichzelf voldoende waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd.