ECLI:NL:CRVB:2014:1702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en intrekking bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht en onduidelijkheid levensonderhoud
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college ontdekte via vermogenssignalen dat appellant meerdere niet opgegeven bankrekeningen had en diverse giften, leningen en toeslagen niet had gemeld. Na onderzoek en gesprekken met appellant besloot het college de bijstand te beëindigen en terug te vorderen.
Appellant stelde dat hij recht had op bijstand, maar kon niet met concrete en verifieerbare stukken aantonen hoe hij in het levensonderhoud van zijn twee gezinnen voorzag. Hij gaf wisselende verklaringen over inkomstenbronnen, waaronder giften en leningen, zonder details te verstrekken.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. Ook de aanvraag om bijstand na intrekking werd afgewezen omdat appellant geen wijziging in omstandigheden aannemelijk maakte.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat daardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. De beslissing tot beëindiging, intrekking en afwijzing van bijstand was dan ook terecht.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt terecht beëindigd en ingetrokken vanwege niet-nakoming van de inlichtingenplicht en onduidelijkheid over het levensonderhoud.