ECLI:NL:CRVB:2014:1715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren bewijs
Appellant diende op 13 april 2012 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college vroeg nadere gegevens op en stelde een termijn tot 8 mei 2012 voor het aanleveren van ontbrekende stukken, met de waarschuwing dat bij niet tijdige aanlevering de aanvraag buiten behandeling zou worden gelaten.
Appellant leverde de gevraagde stukken niet binnen de gestelde termijn aan. Het college liet de aanvraag daarom bij besluit van 10 mei 2012 buiten behandeling. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij de stukken wel tijdig had ingediend, met een vriend als getuige. Het college verlengde de termijn om een schriftelijke verklaring van deze vriend te overleggen, maar deze verklaring kwam niet binnen, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de stukken tijdig had ingediend en bood opnieuw getuigenbewijs aan. De Raad oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om bewijs te leveren, zowel in bezwaar als in beroep, maar hiervan geen gebruik had gemaakt. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling wegens niet tijdige aanlevering van bewijs.