ECLI:NL:CRVB:2014:1744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand vanaf 13 januari 2011 als alleenstaande, waarbij hij verklaarde te wonen op een specifiek adres. Naar aanleiding van een melding dat hij elders woonde, voerde de sociale recherche een onderzoek uit, inclusief dossier- en buurtonderzoek en verhoren. Uit het onderzoek bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en dit niet had gemeld.
Het college besloot daarom de bijstand over de periode van 13 januari 2011 tot en met 24 juli 2011 in te trekken en de kosten terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan onbekend te zijn met de inlichtingenverplichting en weigerde medewerking.
De Raad oordeelde dat de woonplaats moet worden vastgesteld op basis van concrete feiten en dat de appellant verplicht is juiste informatie te verstrekken. De onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van appellant, zijn vader en buurtbewoners, toonden aan dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. De Raad bevestigde dat het college terecht heeft gehandeld en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.