Uitspraak
OVERWEGINGEN
4.5. Uit het vorenstaande volgt dat de hoger beroepen niet slagen, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand die later werd ingetrokken en teruggevorderd omdat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Hoorn. Het college besloot tot intrekking en terugvordering van de bijstand over bepaalde perioden, waarbij een bedrag van €23.223,09 werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stond de vraag centraal of het college de uitspraak van de Raad van 20 november 2012 juist had uitgevoerd. De Raad oordeelde dat appellanten tekort waren geschoten in hun inlichtingenplicht, waardoor het college gerechtigd was de kosten van de bijstand terug te vorderen.
Verder stelde de Raad dat het college niet verplicht was om ambtshalve te beoordelen of er recht was op bijstand naar de gehuwdennorm en dat appellanten dit verweer niet tijdig hadden ingebracht. Ook was er geen verplichting tot het houden van een hoorzitting voorafgaand aan de besluiten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.