ECLI:NL:CRVB:2014:178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verkorte wachttijd WIA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Werkneemster, laatstelijk werkzaam als medewerkster Welzijn, vroeg een uitkering aan op grond van de Wet WIA met een verkorte wachttijd vanwege vermeende volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank oordeelde dat werkneemster, ondanks ernstige luchtwegobstructie, niet duurzaam arbeidsongeschikt was, mede omdat zij nog kon stoppen met roken en deelnemen aan revalidatie.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de aandoening COPD progressief en ernstig is en dat stoppen met roken slechts een stabilisatie en geen verbetering van de belastbaarheid kan opleveren. Ook werd gewezen op het verslavende karakter van roken. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de wet een verkorte wachttijd alleen toekent bij een stabiele of verslechterende medische situatie zonder kans op herstel.
De Raad concludeerde dat het UWV de aanvraag met de juiste maatstaf had beoordeeld en dat de medische gegevens, waaronder rapporten van longartsen Michels en Creemers, niet uitsluiten dat werkneemster enige verbetering kan bereiken door stoppen met roken en fysiotherapie. Daarom is geen sprake van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en is het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag voor een verkorte wachttijd WIA-uitkering wordt afgewezen omdat werkneemster niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.