ECLI:NL:CRVB:2014:1792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks klachten en FML-beoordeling
Appellante, werkzaam als leidinggevende catering, meldde zich in 2001 ziek met zwangerschapsklachten die later werden gevolgd door rug- en psychische klachten. Zij ontving sinds 2002 een WAO-uitkering, die in 2008 werd vastgesteld op 25-35% arbeidsongeschiktheid. In 2011 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 45-55%, maar na bezwaar werd dit ongewijzigd gelaten, waarna appellante beroep instelde.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens onvoldoende lichamelijk onderzoek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep voerde appellante aan dat de FML onvoldoende rekening hield met haar klachten, mede ondersteund door een medisch rapport van Timmermans. De Raad concludeerde echter dat de aangepaste FML, mede gebaseerd op het rapport van psychiater Van Eck, een juiste weergave is van haar beperkingen.
De Raad wees het beroep af, bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. De Raad oordeelde dat appellante in staat is de geselecteerde functies te verrichten en dat er geen aanleiding is de FML aan te passen op grond van de aanvullende medische verklaringen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd, waardoor de WAO-uitkering ongewijzigd blijft.