ECLI:NL:CRVB:2014:1804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerende zaken
Appellanten ontvingen vanaf 1985 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. Uit onderzoek van het Internationaal bureau fraude-informatie bleek dat appellant sinds 1990 meerdere onroerende zaken in Turkije bezit, waaronder appartementen, bouwgrond, een winkel en een woning, met een totale waarde van circa €101.934. Tevens bleek appellant aandeelhouder in een nalatenschap met landbouwgrond en plantages.
De sociale recherche voerde een onderzoek uit, waarbij appellanten werden gehoord maar geen melding maakten van deze onroerende zaken. Het college trok daarom bijstand in vanaf 1 juli 1997 en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode tot 1 april 2011. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenverplichting schonden door het niet melden van het vermogen, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat de onroerende zaken niet tot hun vermogen behoorden. Ook was de getaxeerde waarde van de onroerende zaken voldoende onderbouwd. De terugvordering van het gehele bedrag is niet disproportioneel. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.