ECLI:NL:CRVB:2014:1834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging AWBZ-zorg bevestigd na bezwaar en hoger beroep
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) om de AWBZ-zorg aan appellant te beëindigen. Het oorspronkelijke besluit van 17 juni 2011 werd na bezwaar gehandhaafd door CIZ op 19 september 2011. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het medisch advies als zorgvuldig en volledig beoordeelde.
Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe of andere gronden aangevoerd die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft daarom de overwegingen van de rechtbank volledig en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 mei 2014, waarbij appellant niet is verschenen tijdens de zitting. De Raad concludeert dat appellant geen aanspraak meer heeft op AWBZ-zorg en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van AWBZ-zorg wordt bevestigd.