ECLI:NL:CRVB:2014:1880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 23 mei 2000 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling is haar uitkering per 1 januari 2008 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bleek te zijn. Appellante meldde in 2011 een verslechtering van haar gezondheid, waarna het UWV haar per 17 juni 2011 een WAO-uitkering toewees voor een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Dit besluit werd door de rechtbank Dordrecht bevestigd nadat het bezwaar van appellante ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stelde appellante dat haar klachten waren toegenomen en dat er sprake was van innerlijke tegenstrijdigheid in de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Ook stelde zij vooringenomenheid van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad oordeelde dat verschillen in eerdere beoordelingen niet automatisch de juistheid van de huidige beoordeling aantonen. De door appellante overgelegde medische informatie betrof onderzoeken na de datum in geschil en kon de eerdere conclusies niet weerleggen. Er was geen bewijs van vooringenomenheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% en verklaart het hoger beroep ongegrond.