ECLI:NL:CRVB:2014:1898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn in bestuurs- en rechterlijke fase
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) inzake de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling. De procedure duurde in totaal vier jaar en twee maanden, wat de redelijke termijn van tweeënhalf jaar voor procedures in twee instanties aanzienlijk overschrijdt.
De Raad stelde vast dat de overschrijding zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase heeft plaatsgevonden. De Staat erkende een overschrijding van ruim vier maanden in de rechterlijke fase en bood een vergoeding van € 500,- aan. De commissie erkende een langdurige behandeling van het bezwaar van ruim een jaar en acht maanden, maar bracht een deel van de termijn in mindering vanwege opschorting door het ontbreken van de motivering van het bezwaar.
De Raad oordeelde dat de opschorting geen invloed heeft op de schadevergoeding en wees het verzoek om vergoeding wegens overschrijding in de bestuurlijke fase toe. De totale vergoeding werd vastgesteld op € 2.000,-, waarvan € 500,- voor de rechterlijke fase en € 1.500,- voor de bestuurlijke fase. Tevens werden de Staat en de commissie veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Verzoekster ontvangt een totale schadevergoeding van € 2.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding.