ECLI:NL:CRVB:2014:193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand met 18% wegens ontbreken woonkosten
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 20%. Het college verlaagde deze bijstand met 18% omdat appellante geen woonkosten had. Appellante voerde aan dat zij verplicht was een bijdrage te betalen voor woonkosten aan kennissen waar zij verbleef, maar kon dit onvoldoende onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de verlaging ongegrond en wees een verzoek tot vergoeding van proceskosten af. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verlaging terecht was omdat appellante geen concrete betalingsverplichting voor woonkosten aannemelijk had gemaakt. De toeslag van 20% was reeds toegekend en een extra toeslag op grond van medebewoning was niet van toepassing.
Verder werd geoordeeld dat appellante het beroep tegen de ingangsdatum van de bijstand had ingetrokken en geen verzoek had gedaan tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in hoger beroep. Daarom was geen reden tot proceskostenveroordeling. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 18% wegens het ontbreken van woonkosten wordt bevestigd.