ECLI:NL:CRVB:2014:194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand en inkomensvoorziening wegens niet-melding bankrekening
Appellante ontving bijstand en een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college van burgemeester en wethouders van Goirle trok deze voorzieningen in en vorderde de kosten terug, omdat appellante niet had gemeld dat zij een Rabobankrekening op haar naam had met tegoeden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde het college dat het recht op bijstand en inkomensvoorziening op nihil moest worden gesteld vanwege de omvang van de tegoeden, waardoor de intrekking gerechtvaardigd was. Appellante voerde aan dat zij niet beschikte of redelijkerwijs kon beschikken over de tegoeden, omdat de rekening feitelijk door een ander werd gebruikt.
De Raad oordeelde dat het feit dat de rekening op naam van appellante stond, de veronderstelling rechtvaardigt dat zij over het tegoed beschikte, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellante slaagde hier niet in, mede vanwege overboekingen op de rekening en transacties met twee bankpassen. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante redelijkerwijs over het tegoed kon beschikken. Het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de intrekking van bijstand en inkomensvoorziening worden gehandhaafd.