ECLI:NL:CRVB:2014:1950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij Belastingdienst medewerker
Appellant was sinds 1984 werkzaam bij de Belastingdienst en werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het bewust niet opgeven van inkomsten uit overige werkzaamheden, het onjuist opvoeren van studiekosten en giften, en het ten onrechte aftrekken van reiskosten over meerdere jaren.
De Belastingdienst stelde een onderzoek in na signalen van fiscale onregelmatigheden in de aangifte IB 2008. Uit het onderzoek bleek dat appellant bewust onjuiste aangiften had gedaan over de jaren 2007 tot en met 2010. Appellant betwistte de beschuldigingen niet, maar stelde dat het om vergissingen ging. De Raad oordeelde dat appellant bekend was met zijn fiscale verplichtingen en dat de fouten niet aannemelijk als vergissingen konden worden beschouwd.
De Raad vond dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst en duur van het plichtsverzuim, en het belang van integriteit binnen de Belastingdienst. De eerdere lange staat van dienst en de gevolgen van ontslag wogen onvoldoende mee. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.