ECLI:NL:CRVB:2014:1959
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Wuv-uitkering onterecht wegens onvoldoende voorlichting over duurzaam gescheiden leven
Appellante, geboren in 1947, was gehuwd met haar echtgenoot die sinds 1994 een Wuv-uitkering ontving. Na opname van haar echtgenoot in een AWBZ-instelling in 2009, werd haar de keuze geboden om het AOW-pensioen om te zetten naar een ongehuwd pensioen met ingang van die datum. Na het overlijden van haar echtgenoot in 2012, werd haar een Wuv-uitkering toegekend, die later werd ingetrokken omdat zij als duurzaam gescheiden levend werd aangemerkt.
Appellante voerde aan dat zij nooit duurzaam gescheiden leefde en onvoldoende was voorgelicht over de nadelige gevolgen van die keuze, mede gezien haar psychische toestand. De Raad oordeelde dat verweerder onvoldoende informatie had verstrekt over de impact van de keuze op de Wuv-uitkering, waardoor appellante waarschijnlijk een andere keuze zou hebben gemaakt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit tot intrekking van de Wuv-uitkering. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. De beslissing houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van appellante en het feit dat de keuze werd gemaakt in een periode van ernstige gezondheidsproblemen van haar echtgenoot.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de Wuv-uitkering wordt vernietigd.