ECLI:NL:CRVB:2014:199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en weigering langdurigheidstoeslag wegens onjuist woonadres
Appellante ontving sinds 1979 bijstand en gaf een adres op als woonadres. Na een melding van mogelijke samenwoning elders startte de sociale recherche een onderzoek met huisbezoek, getuigenverklaringen en dossieronderzoek. Hieruit bleek dat appellante niet op het opgegeven uitkeringsadres woonde.
Het college trok de bijstand met ingang van oktober 2009 in en vorderde terugbetaling van eerder ontvangen bijstand over 2002-2009. Tevens werd de aanvraag voor langdurigheidstoeslag afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van naaste buren, een toereikende feitelijke grondslag boden. De vrijspraak in de strafzaak wegens bijstandsfraude deed hieraan niet af, omdat bestuursrechtelijke beoordeling niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken.
Appellante had geen zelfstandige gronden tegen de wijze van intrekking, terugvordering en weigering van de toeslag aangevoerd. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en weigering van langdurigheidstoeslag wegens onjuist opgegeven woonadres.