ECLI:NL:CRVB:2014:2001
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak over WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 27 februari 2012, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam was afgewezen. De Raad heeft onderzocht of er nieuwe feiten of omstandigheden waren die niet bekend waren bij de eerdere uitspraak en die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden.
De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening niet kan worden ingewilligd omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd zoals vereist in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek lijkt gericht op een hernieuwde beoordeling van het recht op een WAO-uitkering, maar herziening is niet bedoeld om de zaak opnieuw te bespreken of de juistheid van eerdere uitspraken te betwisten.
De Raad bevestigde dat het verzoek om herziening daarom moet worden afgewezen. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier M.P. Ketting, en uitgesproken op 13 juni 2014.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.