ECLI:NL:CRVB:2014:2007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens niet-structurele vakantiedagenbetaling
Appellant was werkzaam bij twee werkgevers en viel uit wegens psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 5 januari 2012, omdat het maatmaninkomen correct was vastgesteld zonder de betaling van niet-genoten vakantiedagen mee te rekenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat niet was aangetoond dat de betaling van niet-genoten vakantiedagen een structureel loonelement vormde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze betaling ten onrechte buiten beschouwing was gelaten en dat het maatmaninkomen op dezelfde wijze als het dagloon moest worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht de betaling van niet-genoten vakantiedagen niet heeft meegerekend. Tevens werd geoordeeld dat maatmaninkomen en dagloon verschillende begrippen zijn met verschillende wettelijke grondslagen en doelen, waardoor eenzelfde berekeningswijze niet vereist is.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV heeft terecht de betaling van niet-genoten vakantiedagen buiten beschouwing gelaten bij de vaststelling van het maatmaninkomen.