ECLI:NL:CRVB:2014:2027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering kinderbijslag wegens verblijf kinderen bij moeder in Marokko
Appellant ontving tweevoudige kinderbijslag voor vier kinderen die sinds 2006 in Marokko wonen bij hun moeder. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag het recht op tweevoudige kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2007 naar enkelvoudige kinderbijslag, omdat de kinderen bij hun moeder in Marokko verbleven. Dit leidde tot terugvordering van teveel betaalde kinderbijslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de kinderen volgens haar tot het huishouden van de moeder behoorden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de moeder slechts tijdelijk en in een aparte kamer verbleef en dat zijn zus de verzorgster was. Tevens stelde hij dat hij de Svb had geïnformeerd over het verblijf van de moeder.
De Raad oordeelde dat feitelijk samenwonen bepalend is en dat het verblijf van de moeder bij de kinderen in Marokko betekent dat zij tot haar huishouden behoren. De brief van appellant uit 2008 had aanleiding moeten zijn voor nader onderzoek door de Svb, waardoor een deel van de herziening en terugvordering vanaf het eerste kwartaal 2009 tot en met het eerste kwartaal 2010 niet deugdelijk gemotiveerd was. De brief van 2007 was niet aantoonbaar ontvangen door de Svb.
De Raad draagt de Svb op het besluit binnen zes weken te herstellen en het beleid op grond van artikel 3:4 Awb Pro toe te passen, met inachtneming van de motiveringen en gevolgen voor herziening en terugvordering.
Uitkomst: De Svb wordt opgedragen het besluit te herstellen en het beleid toe te passen voor de periode vanaf het eerste kwartaal 2009 tot en met het eerste kwartaal 2010.