ECLI:NL:CRVB:2014:2037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 2007 bijstand en werd in 2011 onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding en warmtemetingen, waarbij een hennepplantage met 367 planten in zijn woning werd aangetroffen. Het college trok de bijstand in vanaf februari 2011 en vorderde de kosten terug wegens niet gemelde inkomsten uit hennepteelt.
Appellant voerde aan dat hij vanaf oktober 2011 afwezig was in Tunesië en dat zijn broer de plantage pas toen had opgezet. Hij betwistte dat de kwekerij eerder in zijn woning bestond en stelde dat de rechtbank onterecht afging op een fraudespecialist met belangenverstrengeling. Ook wees hij op een uitspraak van de strafrechter die zijn voordeelontneming afwees.
De Raad oordeelde dat de aangetroffen vervuiling, kalkafzetting en stofvorming in de kwekerij wijzen op een langdurige exploitatie vanaf februari 2011 in de woning van appellant. De stelling van appellant dat de kwekerij elders was en later verhuisd, werd niet aannemelijk geacht. De strafrechtelijke uitspraak en de Belastingdienstbeslissing stonden aan de bestuursrechtelijke beoordeling niet in de weg. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens exploitatie van een hennepkwekerij in de woning van appellant.